Elsevier (nr. 48) 4 december 1999: "Bezielde objecten"


Naarmate de techniek voortschrijdt, is er er een diepere behoefte aan voorwerpen met een zacht uiterlijk. Ze moeten ontroeren.

Tekst: Marijke Hilhorst

En stadse ontbijttafel doet vermoeden dat de mens heimwee heeft naar het plattelandsleven. De sandwichtoaster heeft de vorm van een koe. Een vrolijk ogende en olijk kijkende koe. Het varken kort tevreden als de eitjes klaar zijn en die scheppen we leeg met een lepeltje dat als heft een kuikentje heeft. De placemat suggereert grasveld te zijn.

Ze lijken wel vleugels te hebben, de zwartbonte koetjes, want bij Betsies kookwinkel aan de Utrechtse Vismarkt vliegen ze de zaak uit. Wie daar een rondje maakt - en Betsies meldt nadrukkelijk dat kijken mag - ziet hoe levendig bewoond de schappen zijn. Niet alleen door de koeien, varkens en kuikentjes, ook door de lieveheersbeestjes (kookwekkers), poezen (ovenwanten), kippen (theemutsen), muisjes (kaasmesjes), kikkers (menukaarthouders), beertjes (babykruikjes), zelfs het espressoapparaat heeft menselijke trekken gekregen. Het retro-futuristische design van de X1 en X2, ontworpen door de Italiaan Luca Trazzi, knipoogt naar de speelgoedrobots. De X1 is een echte hulp in de huishouding, tegen wie je gerust een woordje kunt spreken. 
Toen begin deze eeuw de eerste elektrische huishoudelijke apparaten op de markt kwamen, waren die 'ter eenvoudiging der huishoudelijke bezigheden' zoals Christine Frederick rond 1930 in de De denkende huisvrouw schrijft.

Het gaat dan om strijkijzers, stofzuigers en 'waschketels'. Er was nauwelijks keus in de modellen; de vorm was bijzaak. Keukenapparatuur moest vooral hygiënisch en functioneel zijn, hoewel de Amerikaanse Raymond Loewy daar al voor de Tweede Wereldoorlog verandering in aanbracht. Zijn gestroomlijnde vormen van voorwerpen als koelkasten en stofzuigers worden nog driftig nagevolgd. Zoals de eerder genoemde Luca Trazzi voor zijn espressomachines inspiratie opdeed bij de legendarische automatische theezetapparaten van Goblin uit de jaren vijftig die in geen ordentelijk Brits huishouden ontbraken. Vandaar dat zijn design door het blad Wired als retro-futuristisch werd bestempeld.

Nu wordt er, zo lijkt het, in de eerste plaats naar de vorm gekeken. De koper kiest met de ogen, niet met de Consumentengids in de hand. Dat moet het succes - in Nederland tenminste, want in het buitenland deed de serie niet wat ervan verwacht werd - van de Philips Alessi-lijn verklaren. Die heeft een hoog knuffelgehalte door de gezellige bolle vormen van koffiezetapparaat, citruspers, broodrooster en blender. Ze hadden veel last van kinderziektes en klanten die bereid waren iets meer te betalen om het oog te plezieren, moesten hun keukenhulpen regelmatig terugbrengen naar de winkel. Toch beweert Philips, waarvoor de serie baanbrekend heeft gewerkt, dat dat niet de reden is om ermee te stoppen (de blender blijft op de markt). Exclusiviteit, zou het argument zijn dat de doorslag gaf.
De Alessi-lijn van Philips combineert twee belangrijke stromingen die waarneembaar zijn in de vormgeving van elektrische huishoudelijke apparaten. De (ooit) futuristische stroomlijn, waarbij helderheid en functionaliteit met elkaar wedijveren om de eerste plaats en waarbij de ontwerpers veel gebruik maken van materialen als glanzend roestvrij staal of juist mat gepoetst aluminium, gecombineerd met kunststof. En de, laten we het antropomorfische stijl noemen.

Voor de ontwerpen geldt voor alles dat ze bezieling moeten uitstralen. Het object moet kunnen ontroeren, emoties oproepen, herinneringen opwekken, verrassend zijn, poëzie in zich verbergen.
Om even bij Philips te blijven; in de BOB, een knal-groene, of feloranje elektrische waterkoker, herkennen we moeiteloos een rebelse punker door de kleurstelling en de hanenkam boven op de deksel. Waarschijnlijk hoopt het bedrijf de jeugdige kamerbewoner te bereiken. Trouwens, alleen al aan de hand van waterkokers - een plotselinge bestseller die de traditionele fluitketel dreigt te verstoten - is het beeld te illustreren. Zet de BOB die niet voor niets een jongensnaam kreeg, naast de waterkoker, koffiezetter en broodrooster die Porsche-design voor Siemens ontwierp. Mat geschuurd aluminium (dat als voordeel ten opzichte van RVS heeft dat niet elke vingerafdruk een ontsierde plek achterlaat, dus veel praktischer is) gecombineerd met zwarte, perfect isolerende kunststof.
Ir. Liesbeth Oldeman begon tweeënhalf jaar geleden haar Design-winkel Ellectrique aan de Oudegracht, gevolgd door een virtuele (www.e-d.nl) om het gat te vullen dat grote elektrozaken lieten vallen. Haar assortiment omvat elektrische producten voor huishoudelijk gebruik en persoonlijke verzorging, dus van keukenmachines tot scheerapparaten. Die producten moeten er voor haar wel uitschieten, qua design of kwaliteit. En ze is kritisch. Fred heeft ze bijvoorbeeld nog niet omdat ze hoorde dat die heet werd.

Fred? Daar hebben we weer zo'n kort en bondige jongensnaam. Fred ziet eruit als een klein, kogelrond mannetje dat een gezellig (en schoon) pijpje rookt. Hij blaast stoom af, dat is zijn werk. Fred is een luchtbevochtiger en komt van de tekentafel van de Zwitserse Matti Walker omdat, zo zegt hij, 'tot nu toe het uiterlijk van deze nuttige huisgenoot schromelijk is verwaarloosd'. Fred is er in knalgeel, donkerblauw of met een antraciet jasje en blijkt nog een kunstje te beheersen. Hij beschikt over een speciaal houdertje dat bedoeld is voor etherische olie, die mee verdampt en de ruimte doet geuren.
Ontwerpen krijgen het uiterlijk van levende wezens en een naam. Mag ik u als huisgenoot voorstellen? Fred. Fred is aanspreekbaar en zijn uiterlijk prikkelt de fantasie. De affectieve structuur van voorwerpen vormt een belangrijk tegenwicht voor de techniek die er ook in zit. Werken kan spelen zijn. En Fred is geen incident.

Rowenta brengt de Dolphino; een strijkijzer dat, voor wie met welwillende ogen kijkt, de vorm heeft van een dolfijn en de kleur van de zee waar de dolfijn het liefst in zwemt; azuurblauw. Een citruspers heeft de naam Duilio, wat pinguïn betekent, die door de vorm is ingegeven. Of was het omgekeerd? Is er een kindje bij de naam gemaakt?
Soms maakt de ontwerper een cirkelredenering. Van de Duitse firma Cloer staat bij Ellectrique een waterkoker in het schap die sprekend lijkt op een ouderwetse fluitketel. Rond, met een houten handvat bovenop en een fluit op zijn tuit. Sterker nog: hij fluit echt.